Praktijklijn
026 - 4438777

Net na de geboorte

Wat doet de verloskundige na de geboorte van de baby?

Als een knip niet nodig is geweest kan het zijn dat je wat bent ingescheurd bij de bekkenbodem of de schaamlippen. De verloskundige zal na de bevalling inspecteren of dit het geval is en zo nodig onder verdoving hechten. Een knip zal altijd gehecht worden, een klein scheurtje hoeft soms niet gehecht te worden.

De verloskundige zal ook naar je baarmoeder voelen en het bloedverlies in de gaten houden. De baarmoeder moet hard aanvoelen, dit betekent dat hij goed samentrekt, dit is nodig voor de geboorte van de placenta en om je bloedverlies te beperken. Soms krijg je een prik in je been om de samentrekking van de baarmoeder te bevorderen.

Apgarscore

Bij de baby kijkt zij naar de Apgarscore. Zij doet dit terwijl je kindje bij je op de buik ligt en meestal merk je het niet eens. Bij de Apgarscore worden 5 punten gecontroleerd: de ademhaling, hartslag, kleur, spierspanning en reactievermogen. Per onderdeel kan de baby 2 punten verdienen. De score na 5 minuten is het belangrijkste, deze is meestal een 9 of 10. Mocht de baby in een minder goede conditie geboren worden zal de verloskundige al het nodige doen om de baby te helpen in goede conditie te komen.
Dat kan bijvoorbeeld door wat extra zuurstof toe te dienen. De verloskundige heeft de apparatuur hiervoor altijd bij de hand.

Wat gebeurt er in de laatste fase?

Nu is het moment aangebroken waarop de navelstreng doorgeknipt gaat worden. De verloskundige wacht tot de navelstreng is ‘uitgeklopt’, dit betekent dat ze de hartslag van de baby er niet meer in kan voelen. De functie van dit uitkloppen is dat de baby nog wat bloed krijgt uit de placenta. Hierna kan de partner de afgeklemde navelstreng doorknippen. Als de navelstreng is doorgeknipt kan de placenta geboren worden. Vaak wachten we ook met het doorknippen van de navelstreng tot na de geboorte van de placenta. De verloskundige controleert of de placenta los ligt, en laat je nog een keer goed meepersen. De verloskundige kijkt of de placenta en vliezen compleet zijn en of er 3 vaten in de navelstreng zitten. Als er gehecht moet worden zal de verloskundige dit nu gaan doen. Dit kan gewoon thuis gebeuren, de verloskundige heeft verdoving en het materiaal om te hechten bij zich. Goede verlichting is hierbij noodzakelijk, een goede lamp klaarzetten is handig.

Hoe verloopt het eerste uur van de baby?

In principe blijft de baby direct na de geboorte zo lang mogelijk bij je op de buik liggen. Als je borstvoeding gaat geven, wordt ernaar gestreefd om de baby binnen 1 uur na de geboorte aan de borst te leggen. De baby geeft vaak zelf aan wanneer hij aan de borst wil drinken en dat moment wordt dan ook afgewacht. De kraamverzorgster of de verloskundige zal je helpen met aanleggen. De baby wordt gemeten en gewogen en van top tot teen nagekeken. Ook zal een aantal reflexen, zoals de loopreflex, bekeken worden. Tot slot krijgt de baby 3 druppels vitamine K voor de bloedstolling. Nu kan de kraamverzorgster de baby temperaturen en aankleden.

Wil je nu douchen?

De verloskundige zal eerst nog een keer naar de baarmoeder voelen om te kijken of deze nog steeds goed hard is en je bloedverlies controleren. Als alles goed is mag je nu gaan douchen. Onder de douche is het belangrijk dat er iemand bij je blijft. Door de bevalling sta je nog wat wankel op je benen en kun je door de warmte duizelig worden. Het is goed om te proberen te plassen onder de douche. Een volle blaas belemmert namelijk de baarmoeder om goed samen te trekken en hierdoor kun je meer bloed gaan verliezen. Het is normaal dat je tijdens het douchen wat bloedstolsels verliest, deze kunnen soms zo groot zijn als een vuist.

Zie je de verloskundige en de kraamverzorgster nog?

Bij een thuisbevalling gaat de verloskundige een paar uur na de geboorte weg. De kraamverzorgster blijft dan nog aanwezig. Bij een poliklinische bevalling ga je vaak een aantal uren na de bevalling naar huis. Overdag komt de kraamverzorgster dan nog in het gezin thuis. De kraamverzorgster staat je met raad en daad bij, doet controles bij moeder en kind, en begeleidt bij voeding geven. Bij afwijkende bevindingen of bij twijfel raadpleegt ze de verloskundige. Deze heeft tot de 10e dag de verantwoordelijkheid en komt nog een aantal keren langs in het kraambed. Bij deze bezoeken controleert ze of alles goed gaat en geeft advies en voorlichting.