Praktijklijn
026 - 4438777

Omgaan met pijn tijdens de bevalling

Een bevalling doet pijn maar de heftigheid van de pijn wordt door iedereen verschillend ervaren. Sommige vrouwen vinden het achteraf meevallen en anderen vinden het heel moeilijk om met de pijn om te gaan.

Welke mogelijkheden heb je om met pijn om te gaan tijdens de bevalling?

Een bevalling doet pijn maar de heftigheid van de pijn wordt door iedereen verschillend ervaren. Sommige vrouwen vinden het achteraf meevallen en anderen vinden het heel moeilijk om met de pijn om te gaan.

Een paar feiten over weeën en pijn:

  • Je lichaam maakt zelf pijnstillers, endorfinen, aan waardoor je de pijn minder voelt.
  • De pijn komt in golven. Tussen de weeën door is de pijn minder erg of weg.
  • De pijn is niet steeds even erg. In het begin minder, als de weeën sterker worden meer.
  • Er zijn buik en rugweeën, soms ook in de bovenbenen. Vaak worden rugweeën als het meest pijnlijk ervaren.

Welke mogelijkheden heb je zelf?

  • Ademtechnieken toepassen die jij en je partner geleerd hebben tijdens de zwangerschapscursus.
  • Zorgen voor goede steun. Je partner zal daar een grote rol in spelen maar soms het kan ook fijn zijn om nog iemand die je vertrouwt bij je bevalling te vragen (bijvoorbeeld moeder, zus, vriendin).
  • Dit kan extra steun geven en ook je partner wat ruimte geven om bijvoorbeeld een luchtje te scheppen. Zo ben je nooit alleen.
  • Probeer verschillende houdingen uit om je weeën op te vangen. Dit kan verlichting geven en ook heb je dan meer de regie over je eigen bevalling.
  • Masseren of druk uitoefenen op je onderrug door je partner of iemand anders. Dit kan met of zonder olie.
  • Een warme kruik, douche of bad geven ook verlichting. Warmte geeft ontspanning waardoor je lichaam haar eigen pijnstillende hormonen kan produceren (endorfines).
  • Een prettige rustige omgeving creëren met gedempt licht. Hierdoor is het makkelijker je voor de buitenwereld af te sluiten. Dit helpt je om naar binnen te keren en je lichaam haar werk te laten doen. Daardoor is er meer ontspanning waardoor ook weer die eigen pijnstillende hormonen (endorfines) geproduceerd worden.
  • TENS = Transcutane Electrische Neuro (=zenuw) Stimulatie. Dit is een apparaat dat je kunt huren. Er worden 4 rubberen stickers op je rug aangebracht die verbonden zijn met draadjes aan een apparaatje waarmee je stroomstootjes kunt geven. Doordat je jezelf kleine stroomstootjes toedient tijdens de wee wordt je lichaam gestimuleerd om endorfines te maken. Bovendien kan het een “sterk” gevoel geven om zelf iets aan je pijn te kunnen doen. De resultaten zijn net zo verschillend als de mensen die het gebruikt hebben.
  • Alternatieve behandelingen zoals acupunctuur, hypnose, waterinjecties en acupressuur. Deze behandelingen worden niet vaak gebruikt bij een bevalling en ook hier zijn de resultaten net zo verschillend als de mensen die het gebruikt hebben.

Welke andere methodes heb je als bovenstaande niet voldoende is?

  • Pompje met Remifentanil, een morfineachtige stof.
  • Een injectie met pethedine (soort morfine) in je been- of bilspier.
  • Epiduraal of ruggenprik.

Deze kunnen niet thuis gegeven worden, alleen in het ziekenhuis.

Wat is een pompje Remfentanil en hoe gaat het in zijn werk?

  • De verloskundige overlegt met de arts op de verloskamers om dit voor je te regelen.
  • De conditie van het kindje moet van te voren beoordeeld worden door het maken van een hartfilmpje.
  • Dit hartfilmpje (CTG) maken duurt ongeveer een half uur.
  • Als de arts het hartfilmpje er goed uit vindt zien kun je het medicijn toegediend krijgen.
  • De verloskundige draagt de zorg dan over aan de gynaecoloog die je bevalling verder zal begeleiden.

Het nieuwe middel Remifentanil is een morfineachtige stof, die wordt toegediend via een infuus ( een slangetje in de arm), dat vastzit aan een pompje. Je kunt zelf met een drukknop de hoeveelheid Remifentanil bepalen die je krijgt. Het pompje is zo afgesteld dat je jezelf nooit teveel kunt geven.

Voordelen van Remifentanil:

  • Remifentanil werkt binnen 10 minuten.
  • Remifentanil verdooft de pijn beter dan pethedine, maar minder goed dan een ruggeprik.
  • Wanneer de medicatie wordt stopgezet zijn de bijwerkingen binnen enkele minuten verdwenen.

Nadelen van Remifentanil:

  • Remifentanil kan van invloed zijn op je ademhaling en op de hoeveelheid zuurstof in je bloed.
  • Er is bij Remifentanil een kleine kans op ademstilstand bij de moeder.
  • Je krijgt een zuurstofmetertje om je vinger en om de 15 min wordt je bloeddruk en pols gemeten.
  • Mochten de zuurstofwaardes verlaagt zijn dan kan het zijn dat je wat extra zuurstof krijgt.
  • Je kunt suf en misselijk worden.
  • Ook kan de baby wat rustiger worden.
  • Remifentanil werkt een beperkte tijd, ongeveer 4 uur.
  • Remifentanil is nog niet in alle ziekenhuizen beschikbaar, wel in Rijnstate.
  • Men wil nog meer gegevens hebben over het middel en de mogelijke bijwerkingen.
  • Je verloskundige draagt de zorg over aan de gynaecoloog.
  • Je bevalling wordt dan verder begeleidt door een arts-assistent of een klinisch verloskundige.

Wat is pethidine en hoe gaat dat in z’n werk?

Pethidine is een morfineachtige stof. Het maakt je slaperig en haalt de top van de pijn weg. Tussen de weeën door kun je vaak beter ontspannen. De verloskundige overlegt met de arts op de verloskamers om dit voor je te regelen. Er zijn wel een aantal voorwaarden: de ontsluiting moet niet te ver gevorderd zijn en de conditie van het kindje moet van te voren beoordeeld worden door het maken van een hartfilmpje.Dit hartfilmpje (CTG) maken duurt ongeveer een half uur. Als de arts het hartfilmpje er goed uit vindt zien kun je het medicijn toegediend krijgen.

Het kindje wordt ook slaperig van de pethidine, maar dat is niet erg als de baby in goede conditie is. Mocht het kindje binnen een paar uur na toediening geboren worden dan is het soms nodig de baby een injectie te geven om wat meer wakker te worden zodat hij / zij goed doorademt. Als de ontsluiting na toediening van pethidine goed vordert blijf je onder controle van je eigen verloskundige.

Wat is een ruggenprik (=epiduraal anesthesie) en hoe gaat dat in z’n werk?

Als een ruggenprik nodig is draagt de verloskundige de zorg over aan de gynaecoloog. Verloopt de bevalling vlot dan wordt een ruggenprik meestal niet overwogen. Het kan wel een uitkomst zijn als de ontsluiting erg lang duurt of niet goed wil vlotten.

Bij een ruggenprik wordt door de anesthesist een dun slangetje tussen de ruggenwervels door in de ruimte van de zenuwbanen gebracht. Via dit slangetje wordt verdovingsvloeistof ingespoten. Als voorbereiding wordt altijd een infuus en een automatische bloeddrukmeter aangesloten. Ook krijg je een slangetje in de blaas (catheter).

Wat zijn voordelen van een ruggenprik?

  • In 95% van de gevallen een zeer goede pijnbestrijding
  • Deze manier van pijnbestrijding heeft nauwelijks invloed op de baby

Wat zijn nadelen van ruggenprik?

  • Als je ver in de ontsluiting bent wordt het niet meer gegeven
  • Je kunt niet meer thuis (of poliklinisch) met je eigen verloskundige bevallen
  • De zorg wordt door ons overgedragen aan de gynaecoloog
  • Meestal niet direct beschikbaar
  • Het geeft niet altijd de pijnstilling die gewenst wordt
  • Er is een infuus nodig om evt. bloeddrukdaling op te vangen (door bloeddrukdaling kan de hartslag van de baby veranderen)
  • Er is een draadje op het hoofd van de baby nodig om de conditie te controleren
  • Je krijgt een slangetje in de blaas omdat je soms niet goed kunt voelen dat je moet plassen door de verdoving
  • Je moet op bed blijven liggen
  • Bij 1 % van de vrouwen met een ruggenprik kan hoofdpijn optreden. Dit herstelt bijna altijd vanzelf
  • Er bestaan zeer zeldzame complicaties als ademhalingsmoeilijkheden en zenuwschade
  • Soms werkt een ruggenprik maar aan één kant
  • De bevalling, vooral het persen duurt langer. Daardoor heb je meer kans op een bevalling met een zuignap of vacuümpomp (een “vaginale kunstverlossing”)
  • De weeën worden vaak minder waardoor je een infuus met weeënmiddel nodig hebt
  • Soms krijg je (lichte) koorts waarvoor antibiotica gegeven worden
  • Koorts kan namelijk een teken van infectie zijn
  • Omdat dit ook geldt voor de baby wordt hij/zij na de geboorte een week ogenomen op de couveuseafdeling voor behandeling met antibiotica
  • Extreem overgewicht maakt het geven van een ruggenprik een stuk moeilijker
  • Afwijkingen aan de wervelkolom kunnen het inbrengen belemmeren