Praktijklijn
026 - 4438777

Stuitligging

Bij een stuitligging ligt het hoofdje van de baby naar boven en de billen of de voetjes naar beneden Rond de 36 weken van de zwangerschap is dit het geval bij 3 tot 4 procent van de vrouwen. Daarvoor heeft hij vaak nog zoveel ruimte dat hij nog gemakkelijk kan buitelen.

Als de baby in stuitligging blijft liggen mag je niet bij de verloskundige bevallen maar doet de gynaecoloog de bevalling. Er is dan ook een verhoogde kans op een keizersnede.

Ligt de baby bij 35-36 weken nog in stuit dan kun je kiezen voor uitwendige versie. Een versie is het draaien van de baby, met duwen tegen de baby aan de buitenkant van de buik, van stuitligging naar hoofdligging. Het doen van versies leidt tot meer baby's in hoofdligging met een grotere kans op een normale bevalling.

De kans dat de versie slaagt ligt tussen de 40 en 60 procent. Ben je al eens bevallen dan is de kans op een geslaagde versie groter.

Bij ons in de praktijk worden de versies in het Rijnstate gedaan door een speciaal opgeleide verloskundige en gynaecoloog samen. Er wordt zowel een echo als een hartfilmpje van de baby gemaakt.

Kinderen die gewoon ( vaginaal) geboren worden, worden vaker kort na de geboorte op de couveuseafdeling opgenomen dan kinderen die na een keizersnede geboren worden. Er zijn verschillende redenen: soms heeft het kindje na de geboorte behoefte aan extra zuurstof of moet het geholpen worden bij de ademhaling.

Heel zelden kan er een beschadiging bv botbreuk, zenuwbeschadiging of hersenbloeding optreden. Op de lange termijn is er geen verschil in het risico op sterfte en is de ontwikkeling van een kind geboren in stuitligging door middel van een keizersnede gelijk aan die van een kind die vaginaal geboren is.

De kans op ernstige complicaties na een keizersnede zijn voor een gezonde zwangere klein, maar toch altijd groter dan na een gewone bevalling.